Daar waar nieuwe herinneringen ontstaan en oude worden opgehaald

De geschiedenis van Zevenhutten

Iets ten zuiden van Cuijk, net over het spoor richting Vianen en Haps, ligt het gebied Zevenhutten. Ooit lag hier een buurtschap van zeven keuterboerderijtjes – armzalige woninkjes die niet veel meer dan een hut waren. Nog eerder bestond het gebied voornamelijk uit heide, dat vanaf circa 1850 ontgonnen werd door de bewoners van de zeven hutten. Er verschenen akkers, weiden en eikenhakhout bosjes. Bepalend voor het gebied zijn ook de hoogteverschillen tot wel 2,5 meter tussen hoger gelegen oeverwallen en lagergelegen geulen van voormalige Maasbeddingen. Een overblijfsel uit nog langer vervlogen tijden. In de laatste ijstijd lag hier een verwilderd rivierensysteem.

De oude boerderij

Op één van die hoger gelegen delen bouwde de familie Linders in 1926 de boerderij die tot voor kort bewoond werd. Op historische kaarten is duidelijk al een boerderij te zien, aan een langgerekte weide en een boomgaard bij het huis. Oorspronkelijk bewoonde de familie een van de nu vervallen bijgebouwen. Hevige overstromingen tijdens de watersnoodramp van 1926 – waarbij het rivierengebied in Midden-Nederland te kampen had met catastrofale overstromingen – maakten de complete voorgevel van de toenmalige boerderij met de grond gelijk en noodzaakte de familie het hogerop te zoeken. Met vijf koeien en enkele varkens vluchtte grootvader Linders de bossen in. Nadat het gevaar geweken was, werd de nieuwe boerderij aan de Hoenderberg gebouwd.

“Als je ’s ochtends de koeien ging melken, ging je in het duister op de tast je bed uit en hing er een olielamp om je weg te vinden. En je verrekte overal van de kou. De planken van het dak sloten niet echt, dan had je de sneeuw op je snuit liggen.”

Toos van de Wiel-Linders, voormalig bewoonster boerderij Hoenderberg

Eikenhakhout bosjes

Het eikenhakhout, dat nog steeds kenmerkend is voor het landschappelijke gebied, voorzag vroeger in de behoefte aan hout om de kachel te stoken en handvatten en gereedschappen te maken. Enkele overgebleven stronken van meer dan 150 jaar oud, hakhoutstobben genaamd, herinneren ons nog aan de tijd dat er hakhout gekapt werd. De boom werd daarbij tot net boven de stambasis gekapt, zodat op de overgebleven stronk nieuwe uitlopers konden groeien. Een mooie manier om optimaal gebruik te maken van het herstellingsvermogen van een boom.